Tuchtreglement

Inhoudsopgave

Artikel 1. Algemene bepalingen.

Lid 1. Alle leden van de DBA en niet leden die aan een onder de DBA ressorterende wedstrijd
deelnemen zijn volgens dit reglement onderworpen aan het tuchtreglement van de DBA. Dit geldt tevens
voor de door de DBA uitgezonden spelers bij andere toernooien en wedstrijden.

Lid 2. In de DBA kunnen straffen alleen op grond van dit reglement worden opgelegd door het bestuur,
handelend als tuchtcommissie van de DBA hierna te noemen: “tuchtcommissie”, en in beroep door de
beroepscommissie.

Lid 3. Tegen een uitspraak van de tuchtcommissie kan binnen 14 dagen in beroep worden gegaan bij de
beroepscommissie. Dit beroep moet schriftelijk worden ingediend bij het secretariaat van de DBA, welke
dit beroep binnen 5 dagen zal doorzenden aan de beroepscommissie.

Lid 4. Leden kunnen aan de tuchtcommissie, een door hen aanwezig geachte of gesignaleerde overtreding
schriftelijk of via email aan het secretariaat van de DBA als klacht ter behandeling voorleggen.

Lid 5. Als overtreding wordt beschouwd elk handelen of nalaten dat in strijd is met:

  • a. de openbaar gemaakte reglementen van de DBA waaronder het wedstrijdreglement, huishoudelijk
    reglement en het tuchtreglement en besluiten van de competitieleiding
  • b. belangen die de DBA heeft bij een verantwoorde en ordelijke beoefening van de dartssport dat ter
    beoordeling van de tuchtcommissie, en in tweede instantie van de beroepscommissie
 

Lid 6. Iedere schending van een bepaling in dit reglement levert een afzonderlijke overtreding op.

Lid 7. Onder overtreding wordt mede verstaan het niet, niet tijdig of in onvoldoende mate nakomen van
verplichtingen, evenals het gelegenheid bieden of aansporen tot, het vergemakkelijken van of het
behulpzaam zijn bij het plegen van een in dit reglement bedoelde overtreding.
Lid 8. Indien een beslissing van de beroepscommissie tot gevolg heeft dat een gedane uitspraak wordt
vernietigd, kan daaraan door noch het betrokken lid, noch door enige derden enig recht op
schadeloosstelling worden ontleend.
Lid 9. Voor alle in dit reglement bedoelde termijnen geldt als ingangsdatum de datum van het poststempel.

 

 

Artikel 2. Tuchtrechtelijke organisatie.

Lid 1. De tuchtcommissie bestaat uit de leden van het bestuur.

Lid 2. De voorzitter van de Dartsbond is tevens voorzitter van de tuchtcommissie.

Lid 3. De leden van de tuchtcommissie danwel beroepscommissie mogen niet aanwezig zijn bij de behandeling
van een zaak indien zij bij de zaak betrokken zijn, hetzij persoonlijk en/of zakelijk, hetzij door familiebanden, hetzij als lid van een dartsteam.

Lid 4. De beroepscommissie wordt gekozen op de Algemene Leden Vergadering met instemming van de
aanwezige leden.

Lid 5. De beroepscommissie bestaat uit minimaal 5 personen, bij voorkeur een oneven aantal.

Lid 6. Ieder lid van de DBA kan zich kandidaat stellen voor de beroepscommissie. Deze kandidaatstelling dient
tenminste twee weken voor de Algemene Leden Vergadering schriftelijke kenbaar worden gemaakt aan
het secretariaat. Aanstelling zal plaatsvinden indien de aanwezige leden voor de meerderheid een
positieve stem voor de kandidaat uitbrengen. Indien de stemronde op de Algemene Leden Vergadering
niet tot een volledige commissie leidt zal het bestuur, de beroepscommissie samenstellen

(hierbij in eerste instantie uitgaande van de aanmeldingen welke voor de Algemene Leden Vergadering zijn ontvangen).

 

Artikel 3. Ontvankelijkheidbepaling.

Lid 1. Klachten, gesignaleerde overtredingen en dergelijke worden door de tuchtcommissie, of in 2e instantie
door de beroepscommissie beoordeeld op ontvankelijkheid.

Lid 2. Wanneer de tuchtcommissie, of in 2e instantie de beroepscommissie van mening is dat het feit dient te
worden behandeld, volgt de procedure als beschreven in artikel 4 en volgende.

Lid 3. Wanneer de tuchtcommissie, een feit of gedraging onvoldoende acht voor behandeling wordt dit zo
spoedig mogelijk, schriftelijk medegedeeld aan degene die de klacht heeft ingediend en/of het feit dan
wel de gedraging heeft gesignaleerd.

 

 

Artikel 4. De tuchtcommissie.

Lid 1. De tuchtcommissie, is bevoegd om op grond van de bepalingen van dit reglement, een straf op te leggen
voor de in dit reglement bedoelde feiten en gedragingen.

Lid 2. Zolang de tuchtcommissie, geen eindbeslissing heeft genomen over een haar voorgelegde klacht, rust op
haar en op andere organen van de bond op de betrokkenen de plicht zich te onthouden van
mededelingen aan derden over de onderhavige zaak met uitzondering van mededelingen die noodzakelijk
zijn voor het onderzoeken van de klacht.

Lid 3. Zo spoedig mogelijk, doch uiterlijk binnen twee weken nadat een ontvankelijke klacht ter behandeling is
voorgelegd, zal de tuchtcommissie, de betreffende persoon schriftelijk in staat van beschuldiging stellen,
met omschrijving van de ten laste gelegde overtreding, voorzien van een korte en duidelijke toelichting.

Lid 4. Degene die door de tuchtcommissie, in staat van beschuldiging is gesteld (hierna te noemen
“betrokkene”) heeft het recht om binnen twee weken een schriftelijk verweer in te dienen en daarbij te
verzoeken om een mondelinge behandeling.

Lid 5. De tuchtcommissie, kan binnen een week na ontvangst van het verweer van de betrokkene, indien deze
niet om mondelinge behandeling heeft verzocht, hem schriftelijk oproepen voor een mondelinge behandeling.

Lid 6. De tuchtcommissie, zal na ontvangst van het verweer de betrokkene binnen drie weken schriftelijk
meedelen of de uitgebrachte tenlastelegging al dan niet gehandhaafd blijft. Bij handhaving kan de
tuchtcommissie, de betrokkene mededelen dat zij de tenlastelegging na kennisneming van het verweer
wenst te wijzigen of aan te vullen.

Lid 7. De tuchtcommissie, kan de behandeling aanhouden tot maximaal vier weken.

Lid 8. Een voorlopige uitsluiting kan worden opgelegd, indien ernstige feiten niet voor de eerstvolgende
wedstrijddag worden behandeld en in redelijkheid mag worden verwacht dat aan de betrokkene te zijner
tijd een definitieve uitsluiting zal worden opgelegd. De betrokkene heeft tevens het recht zich bij zijn
verweer door een ander lid van de bond te doen bijstaan. In geval van minderjarigheid kan de
betrokkene worden bijgestaan door ouder of voogd.

Lid 9. Indien de betrokkene zich bij zijn verweer door een ander bij volmacht laat vertegenwoordigen zal deze
vertegenwoordiger dezelfde rechten hebben als in dit reglement aan de betrokkene zijn toegekend met
dien verstande dat de betrokkene te allen tijde bevoegd blijft zelf zijn belangen te behartigen.

 

 

Artikel 5. Behandeling door de tuchtcommissie.

Lid 1. Indien de betrokkene om een mondelinge behandeling heeft verzocht, wordt deze mondelinge
behandeling binnen drie weken na ontvangst van het verzoek gehouden op een door de tuchtcommissie,
vastgestelde plaats. De mondelinge behandeling zal altijd plaatsvinden achter gesloten deuren. Indien de
tuchtcommissie, besloten heeft tot een mondelinge behandeling vindt deze plaats uiterlijk binnen drie
weken na de tenlastelegging.

Lid 2. De tuchtcommissie, roept de betrokkene schriftelijk op onder vermelding van tijd en plaats van de
behandeling en met opgave van de stukken die de tuchtcommissie, ter beschikking staan. De termijn
tussen de datum van oproep en die van de mondelinge behandeling bedraagt tenminste twee weken.

Lid 3. Wanneer de betrokkene voor de mondelinge behandeling is opgeroepen maar niet verschijnt, kan de
mondelinge behandeling buiten zijn aanwezigheid worden gehouden.

Lid 4. De betrokkene krijgt de gelegenheid de gehele mondelinge behandeling bij te wonen, tenzij zijn gedrag
aanleiding geeft hem te verwijderen.

Lid 5. Van de mondelinge behandeling wordt een zakelijke samenvatting gemaakt die door de voorzitter van
het bestuur, of diens plaatsvervanger wordt ondertekend.

Lid 6. De mondelinge behandeling kan zo nodig op een ander tijdstip of datum worden voortgezet, indien een
goed verloop van de mondelinge behandeling of een goede behandeling van de zaak dit noodzakelijk
maakt, dat ter beoordeling aan de tuchtcommissie.

Lid 7. Alvorens de mondelinge behandeling wordt gesloten wordt de betrokkene in de gelegenheid gesteld nog
tot zijn verweer dienende opmerkingen te maken.

 

 

Artikel 6. De Beroepscommissie.

Lid 1. De betrokkene kan tegen elke door de tuchtcommissie, genomen beslissing in beroep gaan bij de beroepscommissie.

Lid 2. De indiener van een klacht kan alleen in beroep gaan bij de beroepscommissie, indien men van mening is
dat de tuchtcommissie na een uitspraak van een behandelde klacht niet volgens het tuchtreglement
heeft gehandeld. Een indiener van een klacht kan echter nooit tegen de hoogte van een opgelegde straf
in beroep gaan.

Lid 3. Tegen een voorlopige voorziening als bedoeld onder art. 4.6 is geen beroep mogelijk.

Lid 4. Het beroep moet worden ingesteld binnen veertien dagen nadat de betrokkene van de tuchtcommissie,
schriftelijk mededeling van de uitspraak heeft ontvangen.

Lid 5. Het beroep moet schriftelijk worden ingediend bij het secretariaat van de DBA. De betrokkene moet
daarbij aangeven om welke reden(en) hij in beroep gaat.

Lid 6. De beroepscommissie is verplicht de zaak direct nadat zij van het ingestelde beroep heeft kennis
genomen, in behandeling te nemen. Zij dient zich te baseren op wat door de tuchtcommissie aan de
betrokkene ten laste is gelegd.

Lid 7. De beroepscommissie is vrij aanvullend onderzoek te verrichten indien zij van mening is de
tuchtcommissie, onzorgvuldig heeft gehandeld bij het bepalen van de straf. De beroepscommissie is
bevoegd de opgelegde straf te wijzigen of te vernietigen.

Lid 8. De beroepscommissie beslist op basis van de stukken in principe zonder hernieuwde mondelinge
behandeling. De beroepscommissie kan ambtshalve besluiten tot een nadere schriftelijke of mondelinge
behandeling, achter gesloten deuren, indien zij van mening is dat de tuchtcommissie, onzorgvuldig heeft
gehandeld.

Lid 9. Alvorens over te gaan tot schriftelijke of mondelinge behandeling van de zaak zal de beroepscommissie
de tuchtcommissie, op de hoogte stellen van het onzorgvuldig handelen. De beroepscommissie zal
aangeven op welke punten de tuchtcommissie onzorgvuldig gehandeld heeft.

 

 

Artikel 7. Behandeling door commissie van beroep.

Lid 1. Indien de tuchtcommissie zorgvuldig gehandeld heeft zal de beroepscommissie zich bij haar uitspraak
baseren op de stukken ontvangen van de tuchtcommissie, en op basis van de reglementen en ontvangen
stukken een uitspraak doen.

Lid 2. Indien de beroepscommissie van mening is dat het bestuur onzorgvuldig heeft gehandeld en een
mondelinge behandeling wenst, wordt deze mondelinge behandeling, binnen drie weken na de
vaststelling tot noodzaak hiertoe, gehouden op een door de beroepscommissie bepaalde plaats. De
mondelinge behandeling zal altijd plaatsvinden achter gesloten deuren.

Lid 3. De beroepscommissie roept de betrokkene schriftelijk op onder vermelding van tijd en plaats van de
behandeling en met opgave van de stukken die de beroepscommissie ter beschikking staan. De termijn
tussen de datum van oproep en die van de mondelinge behandeling bedraagt ten miste twee weken.

Lid 4. Wanneer de betrokkene voor de mondelinge behandeling is opgeroepen maar niet verschijnt, kan de
mondelinge behandeling buiten zijn aanwezigheid worden gehouden.

Lid 5. De betrokkene krijgt de gelegenheid de gehele mondelinge behandeling bij te wonen, tenzij zijn gedrag
aanleiding geeft hem te verwijderen.

Lid 6. Van de mondelinge behandeling wordt een zakelijke samenvatting gemaakt die door de voorzitter van de
beroepscommissie of diens plaatsvervanger wordt ondertekend.

Lid 7. De mondelinge behandeling kan zo nodig op een ander tijdstip of datum worden voortgezet, indien een
goed verloop van de mondelinge behandeling of een goede behandeling van de zaak dit noodzakelijk
maakt, zulks ter beoordeling aan de beroepscommissie.

 

 

Artikel 8. Getuigen.

Lid 1. De commissies zijn gerechtigd getuigen te horen. De betrokkenen zullen worden uitgenodigd schriftelijk
of mondeling hun verslag te doen.

Lid 2. De betrokkene geeft de namen van zijn eventuele getuigen bij zijn verweerschrift.

Lid 3. Wanneer een mondelinge behandeling wordt gehouden, worden getuigen tijdens deze mondelinge
behandeling gehoord.

Lid 4. Getuigen worden individueel gehoord.

 

 

Artikel 9. Beraadslaging en bewijs voor beide commissies.

Lid 1. Wanneer de commissie meent voldoende inlichtingen te hebben verkregen om een uitspraak te kunnen
doen, sluit zij de behandeling.

Lid 2. Na de sluiting van de behandeling beraadslaagt de commissie over de vraag of het ten laste gelegde
bewezen kan worden verklaard.

Lid 3. De besluitvorming hierover geschiedt bij meerderheid van stemmen in een besloten zitting.

 

 

Artikel 10. Strafbepaling.

Lid 1. Overtredingen worden in de volgende categorieën onderverdeeld:
a. Lichte overtreding
b. Middelmatige overtreding
c. Ernstige overtreding
d. Zeer ernstige overtreding.

Lid 2. Als straf kan worden opgelegd:
a. Waarschuwing
b. Uitsluiting
c. Royement
d. Opleggen van strafpunten
e. Een tijdelijk of definitief verbod om wedstrijden te organiseren of onder auspiciën te organiseren
f.het tijdelijk of definitief ontzeggen van één of meer functies binnen de DBA.

Lid 3. Indicatie strafmaat:
a. bij het onder artikel 10 1a genoemde; minimaal waarschuwing
b. bij het onder artikel 10 1b genoemde; minimaal 2 wedstrijden uitsluiting
c. bij het onder artikel 10 1c genoemde; minimaal 2 maanden uitsluiting
d. bij het onder artikel 10 1d genoemde; minimaal 4 maanden uitsluiting

Lid 4. In geval van bestraffing van meer overtredingen kunnen meer straffen worden opgelegd, echter niet
samen met royement.

Lid 5. Straffen kunnen geheel of gedeeltelijk voorwaardelijk worden opgelegd.

Lid 6. Aan een voorwaardelijk opgelegde straf wordt een proeftijd verbonden van ten hoogste twee jaar.

Lid 7. Een uitsluiting wordt opgelegd voor een in de uitspraak genoemde termijn.

Lid 8. Gedurende een uitsluiting kan de betrokkene niet aan wedstrijden deelnemen. Tenzij in de uitspraak
anders is bepaald blijft de betrokkene gehouden om tijdens zijn uitsluiting de verplichtingen die uit het
lidmaatschap voortvloeien na te komen.

Lid 9. De DBA kan de NDB en andere bonden verzoeken de uitsluiting over te nemen.

Lid 10. Strafverhoging kan geschieden indien een lid zich binnen 2 jaar na de laatste strafoplegging opnieuw
schuldig maakt aan een strafbaar feit.

 

 

Artikel 11. Uitspraak

Lid 1. Binnen twee weken na dat de mondelinge of schriftelijke behandeling heeft plaatsgevonden wordt
schriftelijk uitspraak gedaan. Deze wordt binnen een week aan de betrokkene gezonden.

Lid 2. In de uitspraak wordt minimaal gemeld:
a. of de ten laste gelegde overtreding al dan niet bewezen wordt geacht;
b. voor welke overtreding een straf wordt opgelegd;
c. vanaf welke datum de straf ten uitvoer zal worden opgelegd;
d. in hoeverre de straf voorwaardelijk of onvoorwaardelijk wordt opgelegd;
e. dat uiterlijk binnen twee weken in beroep kan worden gegaan bij de beroepscommissie.

Lid 3. De uitspraak van de beroepscommissie is bindend voor de tuchtcommissie, en de betrokkene.
De uitspraak van de tuchtcommissie, is onherroepelijk na het verstrijken van de beroepstermijn.

 

Artikel 12. Tenuitvoerlegging.

Lid 1. De tenuitvoerlegging van een opgelegde straf vangt aan op het moment dat de uitspraak onherroepelijk
is tenzij in de uitspraak anders is beslist.

Lid 2. tenuitvoerlegging van een opgelegde straf, waarbij de betrokkene is uitgesloten van het deelnemen aan
het nog het leiden van wedstrijden kan na het seizoen voor het resterende gedeelte worden opgeschort
tot de aanvang van het nieuwe seizoen.

 

 

Artikel 13. Gratie

Indien de betrokkene is geroyeerd, is hij bevoegd vijf jaar na de uitspraak een verzoek tot gratie in te dienen,
waarover het bestuur,binnen twee maanden beslist.

 

 

Artikel 14. Registratie van plegers van overtredingen en straffen

Lid 1. Uitspraken van de tuchtcommissie,dan wel van de beroepscommissie zijn openbaar voor de leden van de
DBA. In gevallen waarin een waarschuwing wordt gegeven of een straf wordt opgelegd, kan deze worden
gepubliceerd op de website van Dartsbond Almere. Uitspraken van de tuchtcommissie, mogen niet
worden gepubliceerd voordat deze onherroepelijk zijn.

Lid 2. Door het secretariaat wordt in opdracht van de tuchtcommissie, een aparte administratie bijgehouden
van overtreders en de aan hen opgelegde straffen. De toernooileiders, competitieleiders en managers
van de selectieteams worden op de hoogte gesteld van de uitsluitingen.

Lid 3. De tuchtcommissie en de beroepscommissie houden een eigen administratie bij. De dossiers van beide
commissies zijn vertrouwelijk. Leden van beide commissies worden geacht de nodige zorgvuldigheid te
betrachten op het gebied van de betreffende dossiers. De leden van beide commissies verplichten zich
tot geheimhouding met betrekking tot de inhoud van de dossiers.

Lid 4. Persoonsgegevens uit de dossiers worden vernietigd vijf jaar na onherroepelijke strafoplegging, met
uitsluiting van royement. Geroyeerde leden blijven geregistreerd tot het royement is opgeheven.
Het bestuur van de Dartsbond Almere e.o. wenst iedereen een sportief dartsseizoen toe!